Het coronadiploma

Het coronodiploma is nu door onze minister gedefinieerd. Het is geen diploma waarmee mijn kandidaten gaan aantonen dat zij onder moeilijke omstandigheden toch geleerd hebben om moeilijke teksten te doorgronden in het originele Latijn. Onder moeilijke omstandigheden toch gevoel hebben ontwikkeld voor de stijl van een tekst, naast de inhoud ervan. Onder moeilijke omstandigheden toch hebben nagedacht over de vraag welke betenis Cicero’s tekst voor hen en ons nog kan hebben. Mijn kandidaten zullen de anafoor herkennen.

Het wordt een diploma waarop een onvoldoende méér mag staan. Laat de term even tot u doordringen: onvoldoende. Maar niet bij de zogenaamde kernvakken. Nederlands, Engels en Wiskunde zijn te belangrijk om water bij de wijn te doen. Want dat is het: water bij de wijn. Mijn kandidaten zullen de alliteratie herkennen.

De studeerbaarheid van het examen wordt hiermee niet beter. Nederlands en Engels vergden immers al geen voorbereiding, zullen mijn kandidaten zeggen. Voor de andere vakken blijft de te toetsen leerstof gelijk. De oplossing is gezocht in de lat: mijn kandidaten mogen gemiddeld lager scoren.

Er is een andere oplossing, althans voor mijn vak. Over andere vakken waag ik mij niet aan een mening. De studeerbaarheid neemt wel toe als aan mijn kandidaten vóór het examen wordt verteld welke teksten niet getoetst zullen worden. Kan dat? Ja dat kan: ik heb immers zelf alle teksten dan al getoetst in het schoolexamen. Met minder te toetsen tekst kunnen mijn kandidaten nog steeds aantonen dat zij een moeilijke tekst kunnen doorgronden in het originele Latijn. Dat zij gevoel hebben ontwikkeld voor de stijl ervan. En dat zij het betoog van Cicero kunnen ‘vertalen’ naar de huidige tijd. De studeerbaarheid neemt toe, zullen mijn kandidaten zeggen.

Deze oplossing vergt wel vertrouwen in mij als docent. Zal ik inderdaad alle leerstof toetsen? Of laat ik mij verleiden dat mijn kandidaten onder deze moeilijke omstandigheden niet aan te doen? Bijvoorbeeld om het op deze manier mogelijk te maken dat een kandidaat ook werkelijk iets opschiet met het uitstellen van het examen Latijn tot het tweede tijdvak?

Kwaliteitsmeting in het Nederlandse onderwijs is een eindeloze regressie naar het gemiddelde. Het is daarom niet gek dat de resultaten altijd middelmatig zijn. Ik durf best de voorspelling aan dat het gemiddelde examencijfer dit jaar rond de 6,0 zal liggen. Het ‘normale’ gemiddelde van ongeveer 6,5 plus één onvoldoende. Maar misschien kunnen mijn collega’s Wiskunde mij verbeteren?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *